Eline Praet 2005

dochter N.L. Praet ZZ5

Toen ik nog een heel klein meisje was wist ik het al. Ik wil later Mosselprinses worden. Zo tegen de tijd dat het Havendag werd lag er eens per jaar, geheel onverwachts, een blauw doosje op mijn bord. Ik wist natuurlijk al wat daar in zat. Daar zat het kroontje van de Mosselprinses in. Ieder jaar haalde mijn vader dat op uit de kluis, zodat de Mosselprinses dit mee kon nemen naar de kapper. Ik mocht het dan heel eventjes op. En mooi dat ik het vond.
 

Wanneer je gevraagd wordt om Mosselprinses te zijn, blijft dit voor iedereen geheim. Maar als je vader in het bestuur zit en je heel graag wil dat dit ook voor hem een geheim blijft, is dat nog vrij lastig. Jaap en Wim wisten wel hoe ze dit aan moesten pakken. ‘Leon, dit jaar zullen wij de Mosselprinses wel vragen.’ Dat hij daar in is getrapt verbaasd mij nog altijd. Samen met mijn moeder op zoek naar een mooie jurk. Volgens mijn moeder konden we hiervoor het beste naar Mary en Ineke. Zoals ik het toen ik nog klein was voor ogen zag, zo moest het worden. Wit met goud, een echte prinsessenjurk. Om de zoveel tijd moest de jurk worden doorgepast. Met iedere keer weer een nieuwe smoes, op naar Mary en Ineke.
 

Het weekend was daar. Ik ging in Leiden studeren en had introductieweek. De perfecte dekmantel natuurlijk. Met de trein en de bus vanuit Leiden vrijdag ‘s morgens heel vroeg aangekomen op Zierikzee-Sas. Daar stond mijn moeder al te wachten met de auto.
 

“Hup de kofferbak in met een deken over me heen.”

Ik zou die nacht bij Fenneke slapen. Als een onderduiker op de zolder bij de familie Boot. Zaterdagmorgen heel vroeg naar de kapper. Zo veel speldjes als Ron in je haar kan stoppen kan bijna niemand. Maar het resultaat was daar. Na de make-up snel naar Mary en Ineke. Daar zou Dic mij in een hele mooie auto op komen halen.
 

En toen begon de dag pas echt. Op het Luitje zaten in de grote witte tent al flink wat mensen. Waar onder mijn moeder (in het complot), mijn vader en mijn broer. Mijn vader, die nog altijd van niets wist, keek naar de aankomst van de Mosselprinses dit jaar. ‘Maar hè? Dat is Eline’. Missie geheimhouding volbracht. Wat was hij verbaasd en trots.
 

Om een uur of 11 ‘s morgens aan de wijn tijdens de lunch. Dat kan helemaal geen kwaad als je daarna iets moet doen wat je nog nooit eerder had gedaan. Speechen. In mijn ooghoek zag ik Sander. Dat is ondertussen mijn man maar tijdens deze Havendag hadden we nog maar net verkering. Ook dat geeft deze Havendag voor mij iets speciaals. Tijd om mijn man uit zee te halen. Neptunes. Daar stond hij al te wachten in de zon op de schelpenbult midden in de Oosterschelde. Met een net vol mosselen kwam hij aan boord. Neptunes biedt de Mosselprinses, zoals dit volgens de traditie gaat, de eerste mosselen aan. De eerste mossel wordt rauw gegeten. Zelfs als dochter van een mosselvisser had ik nog nooit een rauwe mossel op. Hap, slik, lachen maar. “Ja, heerlijk zijn ze dit jaar.”
 

Terug aan wal kon de grote wandeling beginnen. Overal op de Nieuwe Haven was volop gezelligheid. Mosselen eten en muziek. Iedereen wilde wel met Neptunus en de Mosselprinses op de foto. Voor de kleine kinderen is het net een soort Sinterklaas. Ze geloven echt dat Neptunes in de zee woont. De kleine meisjes zijn (net als toen ik nog een klein meisje was) helemaal verliefd op de jurk van de Mosselprinses. Wat een belangstelling en wat een bijzondere traditie is het toch.


Naar overzicht