Marlies Schot 1989

dochter J. Schot ZZ4

Zaterdag 26 augustus 1989, de tweede Havendag.
Na afloop van de eerste Havendag werd er door ons mosseldochters druk gespeculeerd wie de volgende zou worden. Ik had eigenlijk gedacht dat ik nog een paar jaar moest wachten. Tot mijn vader op een mooie vrijdag in februari of maart thuis kwam van zijn wekelijkse verga- dering op de Kaoie met de mededeling: ‘Of hij zijn oudste dochter eens naar Leon Praet wilde sturen.’ De grote glimlach op mijn vaders gezicht verraadde al veel, dus ik ben direct op mijn fiets gestapt en naar Leon gereden en toen werd ik dus gevraagd.
 

Vervolgens werd er bij ons thuis met mama veel nage- dacht over hoe ik het dan zou willen. Wat vaste ideeën rondom een jurk namen vorm aan, vrolijke kleuren met bloemen of zo, en lang met blote schouders. Toen werd het zoeken, we hebben in de eerste maand 2 maal een hele dag besteed aan het zoeken, maar we konden niets vinden wat we recht vonden doen aan de opdracht. Toen hebben we besloten dan maar zelf een jurk te maken... Model uitgezocht en daarna op zoek naar stof. Ook dat was een hopeloze opgave tot we uiteindelijk gordijnstof vonden die aan de kleurstelling voldeed en een parelmoer glansje had, fantastisch! Vervolgens zelf alle patroon- delen geknipt en afgewerkt. Daarna zijn mama en ik een dagje naar tante Ina gegaan. Want al die patroondeeltjes netjes om je eigen lichaam vastspelden dat ging toch echt niet. In één lange dag de jurk, met tasje en capeje in elkaar genaaid. Uit voorzorg nog een grote paraplu ver- siert met lila franje en toen was ik er helemaal klaar voor.
 

De dag zelf, om 9 uur naar de kapper voor mijn haar en make-up, daar ook mijn jurk aangetrokken en als laatste de nieuwe tiara in mijn haar. Om 11 uur ging ik in een auto naar Auberge Maritime voor de lunch met de mosselvloot bemanning en vrouwen. Dat vond ik eigenlijk het spannendste van dag. Jezelf bekend maken aan bekenden. Na de lunch samen met burgemeester Asselbergs en Hans Blom (mijn begeleider) in een koets door de stad gereden om stadsgenoten richting de haven te lokken. Dat was goed gelukt en om half 2 mocht ik de Havendag openen met een toespraak, gelukkig geschreven door mijn oom Ben Schot. Daarna zijn we met de mosselkotters uitgevaren om mijn Neptunus (Sjaak Praet) op te halen bij de ‘schelpenrik’.
 

“Helaas moest ik toen nog een rauwe mossel opeten, maar een grote slok jus d’orange erachter aan doet wonderen.”

Tijdens het varen had mijn oma haar stola moeten inleveren, want er stond best een klein windje en het was ondanks het capeje wat frisjes aan mijn blote schouders. Terug in de haven waar het niet waaide was het een prachtige zonnige dag. Met Neptunus nog een aantal malen de Nieuwe Haven op en neer gelopen en enorm vaak op de foto geweest met alle kinderen en ouderen die dat graag wilden. Op verschillende terrasjes wat gedronken en nog gekookte mosselen gegeten (gewoon bij het kraam) en wat dansjes gemaakt bij de dweilbands.
 

Om 8 uur ’s avonds was ik klaar met mijn klus en kon de jurk uit, nog wel even terug de haven op geweest maar geen mens die je nog herkend zonder jurk en tiara. Later wel nog veel leuke reacties gehad, zelf uit het buitenland. Een Duitse toerist had foto’s van mij gemaakt en wilde deze aan mij geven, hij heeft via het gemeentehuis mijn naam en adres achterhaald (hij had bedacht dat als ik samen met de burgemeester in een koets zat deze dan vast wist wie ik was) en zo heb ik van hem een aantal prachtige foto’s gekregen. Het enige nadeel achteraf was de pijn in mijn wangen. Toen ik ’s avonds in mijn bed lag sprongen mijn wangen nog regelmatig in een brede lach, dit veroorzaakte toch wel wat kramp en een diep respect voor mensen die dit soort massa fotoshots vaker moeten doen dan eens een enkele dag. Maar ik had het er graag voor over ik heb een leuke dag gehad en ik denk vele mensen met mij, bedankt.
 

Een week of twee nadat ik was gevraagd om Mossel- prinses te zijn en er thuis over gepraat te hebben vonden wij/ik dat een prinses een soort kroontje of zo op haar hoofd moest hebben. Dat zou het pas echt af maken. Dus heb ik de stoute schoenen aangetrokken en ben naar Leon Praet gegaan om te vragen of er ook budget was voor iets dergelijks. Dat moest uiteraard overlegd worden, maar vrij snel kreeg ik toestemming om er mee aan de slag te gaan. Zo gezegd zo gedaan, naar edelsmid Jech in Zierikzee gegaan om te vragen of hij iets kon maken. Hij zou wel wat schetsen, weer wat later langs gegaan en de eerste schetsen bekeken, die vond ik niks. Het waren serieuze kroontjes en dat vond ik toch wel iets te zwaar voor een prinses, verder leek het mij handig dat je het goed in het haar vast kon zetten (lekker windvast met dat varen). Samen hebben we toen een tweede setje schetsjes gemaakt en wat bedeltjes erbij gezocht die er op zouden kunnen. Aan de hand daarvan heeft Jech eerst het frame gemaakt en toen dat goed was de bedeltjes erop bevestigd. We hebben expres voor zilver gekozen omdat we dachten dat dat beter was voor een prinses dan goud maar uiteraard was het centrale stuk een gouden mossel. Toen de tiara klaar was, waren wij allebei zeer tevreden over het resultaat. Ik ben ook blij dat alle Mosselprinsessen na mij de tiara met trots hebben gedragen.


Naar overzicht